G.J. DE ROOK G.J. -2001 - Uit: Poëziekrant, jg. 25, jan.-febr. 2001, nr. 1, p. 18-21.

 

Over: COLOR FIELD POETRY: Kleurenvelden. Nieuwe poëzie van Renaat Ramon

 

Color-Field Poetry heet de bundel visuele poëzie van Renaat Ramon die vorig jaar te Brugge verscheen. Als introductie treft de lezer vier bladen met ‘zwarte sonnetten’ aan, die ‘Blinde stem’ worden genoemd. Vier zwarte balken, de bovenste twee een slag hoger dan de onderste, sieren het eerste blad. Het tweede blad verklaart het hoogteverschil: nu zien we 2 x 4 en 2 x 3 horizontale, smalle zwarte balken en herkennen we de opbouw van het sonnet. Het derde blad levert bij mij verwarring op omdat ik vier rijen van veertien kortere balken aantref die verticaal staan. Het vierde en laatste blad doet die verwarring toenemen: in totaal zijn veertien regels afgebeeld, die elk bestaan uit elf zwarte blokjes die iets breder dan hoog zijn. Ik ga er voorlopig van uit dat Ramon met de beide laatste bladen een structuur binnen de sonnetregels heeft willen aangeven.

De hoofdcyclus, Color-field Poetry, biedt een herhaling van zetten, maar nu met de toevoeging van kleur. De ’blinde’ stem kan nu kleuren spreken. Van boven naar beneden ‘horen’ we op het eerste blad de vier balken van Blinde stem in paars, groen, grijs en geel. Dit is het gamma van Ramons palet in deze bundel. Omdat hij de eerste terzine (het derde blok) van boven dus) steeds grijs laat, kan hij op zes bladen (I-VI) met drie kleuren alle mogelijke kleurencombinaties maken. Het grijze blok - dat eigenlijk geen kleur heeft omdat grijs een menging is van de niet-kleuren wit en zwart - blijft stabiel en verankert de reeks.
De volgende serie van zes bladen (VII-XII) geeft kleur aan de structuur die we aantroffen op het tweede blad van de introductie. De veertien horizontale, smalle balken - twee blokken van vier en twee van drie - worden met dezelfde kleurencombinatie ingevuld. Omdat Ramon in de bovenste twee kwatrijnen steeds dezelfde opbouw geeft - a, b, b, a - en ze herhaalt, kan hij alle combinaties maken van paars, groen en geel. In de onderste twee terzinen kan hij, door ze steeds qua kleur spiegelbeeldig te maken en door het grijs weer een vaste plek te geven van een of twee regels per terzine, alle combinaties maken met geel, groen en paars. Door het aantal variabelen te beperken, wordt het mogelijk binnen zes bladen alle mogelijke combinaties te tonen.
De volgende reeks van zes bladen (XIII-XVIII geeft kleur aan het derde blad van het introducerende Blinde stem. Op het eerste gezicht lijkt het of Ramon de vorige bladen een kwartslag heeft gekeerd en in mootjes gehakt, maar het is ingewikkelder. Schematisch voorgesteld zien we nu zestien blokken: a - a - f - g - b - c - h - i - d’ - b’ - g’ - h’ - e’ - e’ - i’ - f’ (de letters met ’ geven de terzineblokken aan). In de acht linker blokken vinden we weer alle combinaties - binnen dit vaste patroon - terug van paars, groen en geel. In de rechter acht blokken vult het grijs weer steeds de helft van de ruimte en wordt de combinatie met geel, groen of paars herhaald. Meer variatie zou een groter aantal bladen hebben gevergd.
Daarna neemt voor mij de raadselachtigheid toe. Waarom krijgt het vierde blad van het introducerende Blinde stem maar twee kleurbladen (XIX en XX)? En waarom is de opbouw van de wat langwerpige blokjes anders? In het eerste geval tel ik veertien maal elf blokjes, in het tweede zeven keer elf en zeven keer tien. Alleen in dit opzicht zijn de kleurbladen elkaars tegenbeeld. Als ik een relatie tussen de kleuren op beide bladen probeer te ontdekken, gaat het mij duizelen en kom ik er niet uit.
De laatste bladen (XXI en XXII) doen denken aan het derde blad van Blinde stem. De kwartetten zijn opgebouwd uit vier woorden: twee maal ‘geel’ en twee maal ‘groen’. De terzinen herhalen deze structuur met ‘grijs’ en ‘paars’. Mooi is, dat binnen dit schema alle mogelijke combinaties op het blad voorkomen. Het laatste blad van Color-Field Poetry geeft dezelfde woorden weer als het vorige, maar dan gedrukt in zwart. De stem van de kleuren is weer blind geworden. De cirkel is rond.

Ondanks de diverse zaken die ik hierboven aanstipte, en die een raadsel blijven voor mijn a-mathematische brein, ben ik toch erg gecharmeerd van Ramons bundel. Niet alleen omdat raadsels tot nadenken inspireren, maar ook omdat het omzetten van woorden in zwarte of kleurige volumes de overgang betekenen van taal naar beeld. Dit heeft als voorbeeld dat het ook buiten de eigen taalgrens te begrijpen is. Het vraagt ook een andere manier van kijken. Al lezend let je nauwelijks op de vorm en kleur van de individuele letters: je vormt zo snel mogelijk woorden en zinnen. Maar als je naar kleuren en vormen kijkt, sla je zowel meer acht op de individuele dingen als op de combinaties ervan. Ook heb je meer oog op de totale structuur van het gedicht omdat deze over- en inzichtelijker is. Bovendien worden de ritmes die in de verbale poëzie alleen hoorbaar zijn, visueel duidelijk, zichtbaar.
Natuurlijk is het ‘vertalen’ van versritme in beeld al eerder gedaan. Fisches Nachtgesang van Christian Morgenstern dateert uit de eerste decennia van de vorige eeuw. Een ander voorbeeld is de ‘vertaling’ die Marcel Broodthaers in 1969 maakt van het gedicht Un coup de dés n’abolira le hasard van Stéphan Mallarmé. Broodthaers verving Mallarmé’s dichtregels door smalle, zwarte balken. Ramon kiest niet voor een bestaand gedicht maar voor een bestaande dichtvorm, het sonnet. Bovendien introduceert hij het gebruik van kleur. Hierdoor wordt de structuur van het gedicht aanleiding om er een visueel spel van te maken. De gekozen kleuren - paars, groen, geel en het grijs - kunnen met gevoel worden geladen. Men kan ze bijvoorbeeld gaan zien als water, grasstroken of zonnestralen. Met name bij de smalle horizontalen is men hiertoe geneigd. Maar ze kunnen ook gekozen zijn uit praktische overwegingen, voor een zo groot mogelijke contrastwerking bijvoorbeeld.

Zoals ik een vorige keer in dit tijdschrift al aanstipte (Poëziekrant jg. 22, nr 5, pp.66-67) vertoont Ramons aanpak verwantschap met die van een groepje Zuidamerikaanse visuele dichters. Door taal om te zetten in symbolen (of andersom), wordt het mogelijk gedichten te maken die iedereen kan ‘lezen’. De taal wordt universeel. Dit gaat natuurlijk nooit helemaal op omdat niet iedereen van links naar rechts en boven naar beneden leest. Mensen kijken anders naar een tekst en zullen abstracte symbolen ook wel anders interpreteren. Toch spreekt er een streven uit naar een algemenere vorm van communicatie die mij zeer aanspreekt en die vergelijkbaar is met die van de beeldende kunst. Ramons Color-Field Poetry heet dan ook terecht ‘visuele poëzie’.