WOORDWERK

Uit: Draagvlak en vizier (2016)

Aan Leopoldus M.F. Timmermans

                                    voor Gaston Durnez

 

Als ik een ogenblik God mocht worden,

Felix, dan zou ik je bloed nog één keer

laten zingen, hoog en helder laten

zingen zoals de moezel zong

in die mystieke kelder in Maastrcht;

zingen zoals hij zong in de broze

roemers van Bruegel, Brouwer, Bosch.

Felix - het zal niet mogen zijn. Maar nog

branden er kaarsen in een kring, nog

worden er bekers op je leven geheven -

want allen die je hebben gelezen

kennen de vreugden van het vlees,

kennen de vrede van het vergeten.

Felix - alle namen smelten in de sneeuw.

Onvoltooide storm

                  voor Marc Braet

Iedereen weet

Dat je niet dood bent -

Maar

Waar

        was je eigenlijk al die tijd?

Waarom

        stapte je in de storm?

        vergaderde je eeuwig?

        was je huis niet altijd bewoonbaar,

        niet altijd liefde, en zo vaak leeg?

Waarom heb je zo vaak de trein genomen,

         met je woorden op reis gegaan,

         van je vrouwen en

         van je vrienden overhaast afscheid genomen?

         bij nacht en ontij gevlogen,

         met je eend gereden en gerotst?

Waarom heb je naar het signaal van potemkin geluisterd?

En waarom kleeft er bloed op de mirte?

Beken het maar

beken: ook jij

                     je hebt geleefd.

Uit: Geheim besogne (2006)

Genesis b

 

September: de tijd is rijp voor een Schepping.

Laten wij het zwijgend doen, woordeloos.

Trekken wij dus een lijn op een A4;

noemen wij deze rechte ab

(Ariel, Beëlzebub, Belial?)

: zo verdelen zij, en heersen.

Tekenen wij nu een as van symmetrie

op de gegeven rechte.

(Daar is het kruis alweer, het dolkteken;

de lasten die wij zullen moeten dragen.)

Laat vervolgens het assenstelsel wentelen

tot er door de hoge snelheid

een spiraal ontstaat.

Rust daarna, en heb vertrouwen

in de Wet van de Eeuwige Wederkeer.

Nadagen

Ik weet het: ook mijn dagen zijn geteld,

zodat het tijd wordt om de sibillijnse boeken te lezen

en het geschrift over de herder van Hermas;

tijd ook om omgang te zoeken met de H. Drievuldigheid,

door de Cappadocische vaders geleid.

Tijd om mij te bezinnen over het lot van de man

in wiens ogen Gods waarde niet hoger was dan de prijs

van een slaaf. En ook: over de zeden van de Sabbateeërs,

over de glorierijke dagen van Salamo.

En laat ik waakzaam zijn: op de dag van Gods wraak

zullen zeven vrouwen vechten om één man.

Vaders,

           zal ik lachen op de jongste dag?

Uit: Rebuten  (2004)

Aan Archytas van Tarente


   Niets lijkt ons boeiender, o Archytas,
dan het stapelen van cijfers, of het zou
het indelen van getallen moeten zijn,
het paren van even en oneven – of
het sleutelen aan het Delisch probleem.
Cijfers sterven niet, en is een welgevormde
formule niet mooier dan een gewelfde vrouw?
  Je hebt de hemel gemeten, Archytas, 
het zand en de zee; een vederloze
vogel gebouwd uit het taaie hout
van de tamarinde – een vogel
die alleen op jouw bevelen vloog.
  Toch was je ook strateeg, gekozen
tot zeven keren toe, al wist je,
ook toen al, hoe nutteloos vechten is –
zoals je ook wist dat er geen onvoorzien
toeval is en dat een vogel nooit
verder dan zijn vleugels vliegt, Archytas.

 

Aan Johannes van Efese

 

  Je roem heeft geen herauten nodig, Johannes:
op de Dodekanesos dragen de bergen
je naam, woekeraars pronken met je adelaar;
op Patmos ben je nog steeds de geliefde zoon
van de donder, mythe, legende en geld.
  Je boeken zijn vertaald in alle talen
die de mensen spreken sinds de ondergang
van Nineve en de val van Babylon. Maar
niet allen die je lezen, Johannes, zullen
zalig worden – velen hebben hun eerste
liefde verloochend en velen belijden
met vochtige lippen hun ongeloof. Want
de zeven geesten zwijgen en nog glooit de wind
over de heuvels, nog blijft de zon brandend
op haar plaats. Maar laten ze as op hun hoofd
strooien, want de tijd is nabij en alles
wat geschreven staat zal alsnog worden vervuld.

 
 

Demokritos van Abdera.
Grieks veelzijdig filosoof. (ca. 460-370). Volgens de atomist Demokritos, bijgenaamd de lachende, is al het bestaande een constellatie van atomen in een lege ruimte. Hij achtte het vinden van een oorzakelijke verklaring belangrijker dan vorst van Perzië te zijn.

Demonax.
Grieks cynisch wijsgeer. (ca. 70-170). Loukianos van Samosata – die hem bewonderde – heeft zijn optreden in een aantal uitspraken vastgelegd.

Diagoras.
Grieks dichter. (ca. 430 v. Chr.). Hij vluchtte uit Athene nadat hij, beschuldigd van atheïsme en het schenden van de Eleusinische mysteriën, ter dood was  veroordeeld. Aristofanes voert hem op in De Vogels.

Euagrios van Pontos.
(Pontos 346-Egypte 399). Was een gevierd predikant in Constantinopel maar trok zich in 382 als monnik terug in een klooster in de Nitrische woestijn (Libië). Streng asceet en auteur van talrijke Griekse vermaningen en theologische geschriften, o.m. een theorie van de 7 hoofdzonden.
Om zijn orthodoxe standpunten meermaals verketterd.

Feredykes van Syros.
Grieks logograaf. (ca. 540 v. Chr.).Hij leerde dat Zeus en Chronos eeuwig zijn en alles uit hen voortgekomen is.Hij moet reeds tijdens zijn leven een legendarisch figuur zijn geweest.Diogenes Laërtius heeft een aantal verhalen over hem opgetekend.

Gaius Sallustius Crispus.
Romeins militair, volkstribuun en geschiedschrijver. (86 – 34). Democraat. Begunstigd door Caesar en rijk geworden als pro-consul in Africa, liet hij op de Quirinalis in Rome de weelderige Horti Sallustiani aanleggen. Na de val van Caesar wijdde hij zich aan de contemporaine geschiedenis.

Loukianos van Samosata.
Grieks schrijver (ca. 120-Egypte na 180) - van Syrische origine. De jonge Loukianos werd, na een korte tijd leerling te zijn geweest bij zijn oom beeldhouwer, o.m. advocaat en declamator, om te eindigen als hoofd van de kanselarij van de stadhouder van Egypte. In zijn felle satirische dialogen, stilistisch zeer verzorgd, hekelde hij parasitisme, hypocrisie en fantasterij en spaarde daarbij mensen noch goden.

Lucilius Balbus.
Pleitbezorger van de Stoa in De Goden van Cicero (106-43). Cotta verdedigt er de opvatting van de Academici. De cynicus Bion van Borysthenes (3de eeuw v. Ch.) was een andere mening toegedaan. 

Marcus Pacuvius van Brundisium.
Romeins dichter en schilder. (ca. 220-130). Door Varro, Cicero en Quintilianus als tragicus geprezen.

Marius Cornelius Fronto.
Latijns schrijver (ca.100-166). Advocaat, bekleedde hij hoge ambten en was zeer bevriend met Marcus Aurelius. Uitstekend stylist en hoofd van de zogenaamde archaïserende richting in de Latijnse letterkunde. Aulus Gillius, de auteur van het mengelwerk Noctes Atticae was een vriend van Fronto.

Palamedes.
Raadgever van de Grieken tijdens de Trojaanse oorlog. Hij ontdekte het bedrog van Odysseus die zich aan de Trojaanse expeditie had willen onttrekken. Odysseus nam op uiterst laaghartige wijze wraak: Palamedes, valselijk beschuldigd van verraad, werd veroordeeld en gedood. Hij geldt als de mythische uitvinder van de weegschaal, maten, het dobbelspel en enkele letters.

Psammetichos.
‘… de mummie van Psammetichos, die na 1000 jaar intact gevonden werd, op een punt in de hals na waar een door wormen ontstane wond was, omdat Psammetichos als onwetende jongeling op dat punt gekust werd door een prostituee. (Mario Praz, in Het verdrag van de slang).

Thamyris.
De Thracische zanger Thamyris daagde de muzen uit tot een wedstrijd in het citerspel. Hij verloor uiteraard en werd met stom- en blindheid geslagen.
Marsyas had eveneens Apollo uitgedaagd en verloren en werd als straf levend gevild.

Thoukydides.
Grieks strateeg en geschiedschrijver. (ca. 455-400). Na een debacle tijdens de Peloponnesische oorlog trok hij zich terug in Trakia waar hij goudmijnen beheerde en de geschiedenis van de oorlog schreef. Het fragment over de ondergang van de Meliërs bevat het verslag van de onderhandelingen tussen de vertegenwoordigers van de Meliërs en afgevaardigden van Athene, die Milos tot deelname aan de strijd wilden dwingen.
De Meliërs weigerden en werden belegerd. Na hun nederlaag, mede ten gevolge van verraad,  werden de mannen afgeslacht en vrouwen en kinderen als slaven afgevoerd.

Aan Demokritos van Abdera

 


  Volgens de gangbare mening,
Demokritos, bestaat er kleur,
bitter, zoet, bestaat er geur en glans
en een veelheid van vormen.
  Maar naar waarheid, wij weten het,
bestaan er enkel atomen en is er Niets
zonder oorzaak. Niets  dan woorden
die slechts de schaduw zijn van de daad.
  Dit welgemoed in te zien – 
ook daar heb je gelijk in,
Demokritos – is beter dan je beeld
te hebben in Parisch marmer,
beter dan te heersen
over het gehele Perzische rijk.

 
 

Uitleg over personages uit Rebuten

Archytas van Tarente
Grieks filosoof, wiskundige, uitvinder van automaten en strateeg.
(eerste helft 4de eeuw v. Chr.). Pythagoreeër. Delisch probleem: de verdubbeling van de kubus.

Aristarchos van Samos.
Grieks astronoom (310-230) werd om zijn heliocentrische theorie van atheïsme beschuldigd. Zijn naamgenoot, de filosoof Aristarchos van Samothrace (ca. 217-145) was beroemd om zijn commentaren op Homeros.

Aristoxenos van Tarente.
Grieks filosoof en muziektheoreticus (ca. 360-290).
Pythagoreeër. Beschuldigde Plato van plagiaat en Socrates van sofisme.
Mouseion (aan de muzen gewijde berg), heuvel bij Athene; men vindt er de bank waar volgens een legende Socrates placht te zitten en de gifbeker zou gedronken hebben, ook een monument voor Julius Antiochus Philopappus, weldoener van Athene, naar wie de heuvel thans wordt genoemd. Men heeft vandaar een mooi uitzicht op de Akropolis.

Arnobius van Sicca.
Redenaar in Sicca Veneris, Numidië (Noord-Afrika). (gestorven ca. 327).
Bekeerde zich door een droom tot het Christendom waarna hij de heidenen op virulente en satirische wijze bestreed.
Zijn opvattingen over de ziel en over de schepping van de mens zijn overigens weinig orthodox.

Basileios ho Megas.
(Basilius de Grote van Caesarea, ca. 330-379). Is één van de Cappadocische kerkvaders. Asceet, monnik, bisschop, heilig verklaard. Auteur van o.m. een Vermaning aan de jeugd over het nuttig gebruik van de heidense literatuur.

Bruttidius.
Wij lezen bij Juvenalis (ca. 60-140) in zijn 10de satire: ‘Ik kwam bij ’t Marsaltaar / Bruttidius tegen, wit van angst, en vrees / dat, sinds de keizer zich de dupe weet, / hij zich verongelijkt alom gaat wreken, / zoals eens Ajax deed…’ Verder weten wij van Bruttidius niets.

Cornelius Gallus.
Romeins politicus en dichter. (ca. 69-26). Hij werd door Ovidius, Propertius en Vergilius bewonderd, maar er is weinig van zijn werk bewaard.
Gallus werd door zijn geliefde Lycoris verlaten; hij viel bij Augustus in ongenade en pleegde zelfmoord. Toen hij langs de Permessus (rivier) dwaalde werd hij door een muze naar de Helcon gevoerd en door de mythische zanger Linus ontvangen. Erato: muze van lierzang en minnelied.

Hipponax.
Grieks lyrisch dichter. (ca. 540 v. Chr.). Uit zijn geboortestad Efese waarschijnlijk wegens (verbaal?) wangedrag verdreven, leefde hij in Klazomenai als bedelaar. Hij parodieerde Homeros en tergde de beeldhouwer Boupalos, die een karikatuur van hem geboetseerd had, zodanig dat deze zelfmoord pleegde.

Johannes van Efese.
De apostel Johannes, auteur van het evangelie dat zijn naam draagt en volgend de traditie van de Openbaring (Apocalyps) die hij als banneling op Patmos zou geschreven hebben.

Jovinianus.
De theoloog Jovinianus (vóór 406), getraceerd o.m. in Rome en in Milaan, werd om zijn vrouwvriendelijke en ietwat frivole versie van het christendom door diverse kerkvaders bestreden, op synodes veroordeeld en door keizer Honorius verbannen.Wij kennen zijn opvattingen alleen uit de polemieken van zijn tegenstanders.

Julius Montanus.
Episch en elegisch dichter (eerste eeuw v. Chr.). Gefascineerd door zons- op en –ondergang. Hij hield graag langdurige publieke séances en werd daarbij door sommigen geprezen en door anderen gehoond. Hij was bevriend met keizer Tiberius, maar viel in ongenade.

Karneades van Kyrene.
Grieks filosoof. (ca. 214-129). Karneades betoogde dat er geen criterium voor absolute waarheid bestaat en illustreerde zijn stelling graag door eerst een bepaalde overtuiging en daarna haar tegendeel te bewijzen.
Als scepticus bestreed hij het fatalisme van de Stoïcijnen, waarzeggerij en het geloof aan ‘voorzienigheid’.

Kleanthes van Assos.
Grieks filosoof. (331/330-233/232). De arme stoïcijn Kleanthes, leerling en volgeling van Zeno, werkte ’s nachts als waterdrager. Ondanks zijn ‘traagheid’ was hij een vruchtbaar auteur (van o.m. een traktaat Tegen Aristarchos) maar slechts enkele fragmenten en zijn Hymne aan Zeus bleven bewaard.


 

Pyrrho van Elis.
Grieks filosoof. (ca. 360-270). Schilderde een fresco in zijn geboortestad en volgde later Alexander de Grote tot in Indië. Hij kwam daar onder invloed van de fakirs en de gymnosofisten die naakt en eenvoudig leefden, vrij van materiële zorgen en wijsgerige speculatie. Als scepticus onderzocht hij alles, maar onthield zich van een definitief oordeel omdat men volgens hem ‘de’ waarheid niet kon kennen. Athene verleende hem burgerrecht omdat hij de Tracisiche koning Cotys zou hebben geliquideerd. In Elis werd hij hogepriester.

Quintius Curtius Rufus.
Romeins auteur (1ste eeuw) van een Geschiedenis van Alexander de Grote van Macedonië, in 10 boeken.

Quintus Horatius Flaccus.
Romeins lyrisch dichter. (65-8) liet niet na in zijn beroemde Oden keizer Augustus te vleien. De brief aan Horatius is een commentaar op de 15de Ode van het derde boek.

Satournilos.
Gnosticus uit Antiochië (eerste helft 2de eeuw). Leerde dat de mens niet door de oppergod maar door lagere wezens is geschapen en dat Christus kwam om Jahweh ten val te brengen en diegenen te redden die een goddelijke vonk in zich dragen. Wij kennen zijn opvattingen vooral door de kritiek van de kerkvader Eirenaios (Irenaeus van Lyon) die hem in zijn traktaat Ontmaskering en weerlegging van de valselijk dusgenaamde gnosis verketterde.

Silvanus.
Wordt in de Anthologia Palatina in een aan Palladas (ca. 355-330) toegeschreven epigram als een drankzuchtig dichter gegispt.

Stesichoros van Himera. Grieks dichter. (ca. 640-555).
De godin Helena sloeg hem met blindheid nadat hij haar in een gedicht had beledigd. Toen hij dat herriep, kreeg hij het gezicht terug.

Titus Cassius Severus.
Romeins retor ten tijde van Augustus en Tiberius (+ op Sefiros, 32). Berucht en gevreesd om zijn sarcastische smaadschriften. Als tegenstander van het imperiale regime werd hij verbannen.

Xenofanes van Kolofon.
Grieks dichter en wijsheer. (ca. 580-480). De monotheïst Xenofanes hekelde niet alleen het antropomorfe beeld en de onstichtelijke avonturen van de goden, zoals o.m. bij Homeros te vinden, maar ook de adoratie van sporthelden.

Varus.
(Opdracht) Uiteraard niet Publius Quinctilius Varus, de veldheer die in ’t jaar 9 zijn legioenen in het Teutoburgerwoud door Armenius en zijn Germanen liet afslachten, maar Alfenus Varus aan wie Vergilius een Ecloga opdraagt: ’… niets is Apollo welkomer dan een blad dat begint met de opdracht: voor Varus.’

Uit: Oogseizoen (1976)

wolfstij

binnenkomend zie ik:

hij leeft,

hij is nog niets vergeten,

hij leeft -

maar reeds is zijn gezicht

zoals beschreven door hippocrates,

zijn ogen als

door nachtschaduw vergroot

ik sta verloren

tussen hem  en de dood.

Cardiografie

kortbij is de dood reeds,

kortbij, wederrechtelijk aanwezig,

volgbaar malicieus bewegend;

nog steeds hijgt de borst

maar koud is zijn hand reeds

in mijn hand en onweerstaanbaar

verkilt het leven.

post mortem

 

ga nu, zegt men

en je gaat -

werktuigelijk ga je

hem achterlatend

voor wat hij is:

een prooi

voor jonge anatomen.

mortuarium

onderkoeld

grandioos in de dood nog

volkomen horizontaal

de huid glad over

het gezicht gespannen

een wolk van niet weten

tussen hem en mij,

hij versteend en ik,

de aangewezen man om

zijn grafsteen te houwen.

art funéraire

geen sterveling

hier in dit veld van graniet

waar hij nog slechts

een steen is tussen de andere

een schaduwloze naam op een graf

en ja, gefundenes Fressen

voor de wormen.