GABY GYSELEN – z.j.

 

Alles immers wat deze man maakt is letterlijk en figuurlijk steengoed, en wij moeten met de grootst mogelijke concentratie zijn werk bekijken, anderszins gaat de betekenis ervan aan ons voorbij. Hij beperkt zijn productie tot wat hij als de hoogstnodige eminentie ervan overhoudt. Het belangrijkste, misschien zelfs het enige wat over de kunst van Renaat Ramon kan gezegd worden is dat zij niets anders voorstelt dan zichzelf. Zij mag niet doen denken aan, maar dringt zichzelf integraal aan ons op. Titels komen ons tegemoet maar zijn er zelfs haast te veel aan. Dit is uitgepuurde architectuur van de geest. Zij is nergens aan onderworpen. Zij bezit geen andere functie dan haar eigen voortbestaan. Zij is de verste stap die men in de abstraherende kunst kan zetten. Zij is zelfs geen abstractie meer, enkel nog de versmelting van inhoud en vorm, een plastisch equivalent van wat men in het westen een profane mystiek, in het oosten het nirwana zou kunnen noemen. Deze stigmata van de beeldende katharsis vertonen vreemde momenten en bevroren beweging: twee kubussen houden vier bollen in bedwang: twee ronde schijven staan op kantelen en doen het niet. Op het schaakbord van de artistiek debat met zichzelf doet Renaat Ramon de stugge lopers verschijnen van zijn vormenalfabet, runenschrift om zijn hunker naar de absolute schoonheid te bezweren.