GUIDO THEUNISSEN – 2012 - Uit: Nieuwsbrief 31/6 Orde van den Prince, juli 2012, p.15.

Klemteken van Renaat Ramon

In het voorjaar werd de nieuwste dichtbundel van dichter, essayist en beeldend kunstenaar Renaat Ramon, lid van de afdeling Houtland, voorgesteld in Bibliotheek Scharpoord in Knokke-Heist. Dat gebeurde in de vorm van een interview met literair recensent Jooris van Hulle, eveneens lid van de afdeling Houtland en samensteller van Klemteken. Jooris zorgde ook voor een uitvoerige inleiding bij de bloemlezing, die door het Poëziecentrum in Gent voorbeeldig werd uitgegeven. Ze bevat naast een representatieve selectie uit zijn twaalf dichtbundels, waaronder de volledige bundels Rebuten (2004) en Geheim besogne (2006), ook heel wat ‘Beeldwerk’ van de kunstenaar. Achteraan vindt de lezer een beknopte bibliografie met primaire en secundaire literatuur. Maar informatie is te vinden op de webstek www.renaatramon.be.

Renaat Ramon (°Brugge, 1936) is de auteur van gedichten, visuele poëzie, aforismen, monografieën en essays, maar hij is ook bekend als performer en beeldend kunstenaar. Ramon wordt door Luc Pay gezien als een “demiurg” die een nieuwe wereld creëert en door Alain Germoz als “le maître des signes” die een nieuwe taal hanteert. Hendrik Carette heeft hem de titel “wiskunstenaar” toebedacht, een kwalificatie die zowel slaat op de poëtische precisie waarmee Ramon zijn kritische klemtekens legt als op de mathematische exactheid van zijn beeldend werk. En samensteller Jooris van Hulle typeert hem in zijn inleiding eenvoudigweg als “de dichter van de stilte”. Al die kwalificaties wijzen alleszins op de grote veelzijdigheid van de dichter en kunstenaar.

Titels als Oogseizoen, Ansichten en Zichtbare stem zijn kenmerkend voor zijn dubbeltalent en ook Klemteken is een typische Ramon-titel: een neologisme dat de twee aspecten van zijn poëtische besogne, het woord-werk en het beeld-werk, perfect verenigt. Daarover schrijft samensteller Jooris van Hulle: “Ramon werkt aan een opus, waarin beeldende kunst en poëzie niet vanuit de antithese worden beoefend – hoewel ze uiteraard hun eigen wetmatigheden kennen -, maar in een volgehouden beweging naar een synthese worden omgebogen die haar fundament vindt in de beheerste en doordachte vormgeving.”

In een gesprek met Jooris van Hulle, gepubliceerd in 2005 in Poëziekrant, ging Ramon dieper in op de plaats die de visuele poëzie in zijn oeuvre inneemt: “Ik heb begrepen en aanvaard dat ik voor de helft uit letters en voor de andere helft uit cijfers besta. De cijfers heb ik nodig, broodnodig, om de platonische lichamen te construeren waarop mijn sculpturen gebouwd zijn. Mijn visuele poëzie staat uiteraard tussen de twee disciplines die ik beoefen in, de beeldende kunst en de poëzie. Ik beschouw de visuele poëzie wel degelijk als literatuur, dit dan vanuit de poging om de taal te maken die voor een breder publiek toegankelijk is.” Wie nader wil kennismaken met deze intrigerende kunstenaar, heeft aan de pas verschenen bloemlezing alvast een hele kluif.