PIERRE DARGE – 1994 – uit: Knack-Weekend, nr. 1, 11 januari 1994, p. 24-27

 

‘Lezers ontwerpen auto van 2005’

Vier Weekend-Lezers waren in Valenciennes te gast in de ‘User Design Studio’. Daar konden ze in wereldpremière zelf hun auto van het jaar 2005 ontwerpen.
Andere futuristen krijgen de gelegenheid op het autosalon.

Over een week opent het Brusselse autosalon zijn deuren en worden gedurende tien dagen ruim 900.000 bezoekers verwacht. De meesten zullen zich moeten tevreden stellen met een glimp van het tentoongestelde, en wie met dat aanbod niet tevreden is, moet maar zijn eigen auto ontwerpen. Op de stand van First Position zal dat, dankzij de medewerking van het Institut Supérieur de Design en SupinfoCom geen utopie blijven. De User Design Studio, een mooi voorbeeld van interaktief computergebruik, kreeg gestalte toen de mensen van First Position, die jaarlijks de Europese CDAE designwedstrijd organizeren, in kontakt kwamen met Philippe Delvigne, direkteur van het ISD in Valenciennes. Het ISD leidt sinds 1987 jonge mensen op die via de computer grafische of ingenieursproblemen oplossen. In de afdeling transport-design zit een aantal zeer getalenteerde jongeren. Die ontwierpen in de voorbije maanden met de hulp van Alias-software vijftien basismodellen van auto's waaraan de salonbezoekers naar believen kunnen sleutelen om tot een eigen ontwerp te komen. Omdat het hanteren van die software geen eenvoudige klus is, worden de deelnemers bijgestaan door een infograficus, zeg maar een handige jongen die de suggesties van de deelnemer pijlsnel op het scherm overzet. Omdat per salondag slechts tien ontwerpen kunnen worden gemaakt, is een selektie noodzakelijk. Die zal worden gemaakt na het doornemen van de fiches waarop de bezoekers gegevens over zichzelf (leeftijd, gebruik dat ze van hun auto maken, afgelegde kilometers per jaar, beroep, geslacht) en over de wagen waarmee ze in 2005 willen rijden) hebben ingevuld. Op die manier kunnen de organizatoren staalkaart van de bevolking samenstellen waarin alle groepen en leeftijden in rijke mate zijn vertegenwoordigd. Dat is belangrijk omdat aan het eind van het salon een kataloog zal worden samengesteld die alle ontwerpen bevat en waaruit men belangrijke tendensen hoopt te distilleren om zodoende een idee te krijgen van de noden van de automobilist in 2005. Dat jaar werd niet zomaar lukraak gekozen: omdat de industrie vier tot vijf jaar nodig heeft om een nieuwe wagen te ontwerpen, ligt het precies twee autogeneraties van ons verwijderd. Aan de volgende generatie wordt nu al gewerkt, aan de generatie die de salonbezoekers zullen bedenken nog niet — zodat de auto-industrie reikhalzend uitkijkt naar wat tijdens het salon uit de bus komt. Om te kunnen inspelen op de echte verwachtingen van het publiek.

Omdat zo'n designexperiment toch echt een stap in het onbekende is, werd besloten een avant-première op te zetten. Weekend Knack werkte daar exclusief aan mee en kon vier lezers uitnodigen om in wereldpremière de eerste stappen te zetten. Net zoals straks op het salon werd een gevarieerde groep samengesteld, zodat ook de suggesties wat uiteen zouden lopen. Chris Vandendriessche (50) woont in Erps-Kwerps, is gehuwd en moeder van een zoon en is redakteur bij de BRTN waar ze meewerkt aan het programma „Op de koop toe”. Renaat Ramon (54) woont en werkt in Brugge; hij geniet een serieuze faam als ontwerper van vaak monumentale geometrische konstrukties in staal, steen of polyester. Ramon is ook dichter en de vader van drie zonen. Aude Jagenau (28) komt uit Brussel, heeft een zoon van vijf en werkt als produktieassistente in het videobedrijf van haar vader. Aude rijdt met Harley Davidson, is een kart-fanaat en neemt geregeld aan wedstrijden deel. Giovanni Verhaeghe (19) woont in Ruddervoorde, is eerstejaars informaticastudent en heeft een gezonde belangstelling voor alles wat rijdt.

Voor ze aan het werk togen, vulden de deelnemers op de koncept-fiche de energiebron in waarmee ze in 2005 hun wagen willen aandrijven (van elektrische motor, de klassieke benzinemotor tot een motor op koolzaadolie), de prestaties die ze ervan verwachten, het aantal plaatsen dat ze nodig denken te hebben, de plaats van motor (voor, achter, centraal) en stoelen. Aan de hand van die gegevens wordt op het computerscherm één van de basismodellen opgeroepen dat aan de beschreven verwachtingen voldoet.

Chris, die een praktisch ingestelde vrouw is, droomt ervan om over tien jaar met een handige auto en véél bagage rond te reizen. Zij koos voor een monovolume waarvan ze het gedeelte achter de stoelen achterin wat krap vond bij het basismodel. Computergraficus Serge Janssen verlengde op haar aanwijzingen het achterste deel, zorgde voor grotere wielen en rondde hier en daar wat hoekjes af. Het uiteindelijk resultaat was een praktische, wat vertrouwd uitziende auto waarvan de boeg aan die van de Renault Espace doet denken, terwijl de achtersteven herinneringen oproept aan de Pontiac Transporter.

In een andere werkruimte was Aude inmiddels bezig aan een coupé waarvan de afmetingen moesten overeenkomen met die van de Maserati Biturbo. Haar ontwerp moest verwijzingen bevatten naar auto's uit de jaren zestig, het liefst met wat chroom (wat in het computerprogramma niet voorzien was) en oplopende vleugels achteraan. Door haar on-konventionele benadering kreeg de informaticaspecialist Jeremie Degruson het knap lastig en bleek meteen dat het half uur dat de deelnemers in principe toegemeten wordt, wat scherp berekend was.

Giovanni Verhaeghe had voor over tien jaar een cabrio voor ogen waarin hij cruisend door het landschap zou rijden. Dat bleek voor het computerprogramma geen probleem, en na wat sleutelen werd een open tweezitter op punt gesteld waarmee de jonge Ruddervoordenaar zichzelf over tien jaar wel zag rijden.

De verrassing kwam van artiest Renaat Ramon die zich niet graag bij de bestaande modellen wenste neer te leggen, maar voor een veel persoonlijker benadering opteerde. Gewend als hij is om met geometrische vormen te goochelen, stelde hij een bol als passagiersruimte voor. Dat zorgde tijdens de lunch voor flink wat diskussies omtrent de haal-baarheid. Geometrische figuren waren in het programma niet voorzien, maar eigenlijk wel haalbaar, vond Philippe Delvigne, die zijn medewerkers aanporde om een extra inspanning te doen. Na een klein uur vallen en opstaan leverde de computer een gave bol af waaronder Ramon ook nog vier bolronde wielen „tekende”. Omdat Delvigne van het ontwerpen van realizeerbare auto's wenst uit te gaan, moest weer druk overleg worden gepleegd, en werd voor vier kleine elektrische, in de bolvormige wielen gemonteerde motoren gekozen — een in de praktijk uitgeprobeerd systeem. De wielen zelf werden geïnspireerd op de vormen die men bij kantoorstoelen ziet, en aan elk wiel werd een arm bevestigd die op en neer kan veren, volgens het hydraulische principe dat al meer dan dertig jaar bij Citroën wordt toegepast. Uiteindelijk kwam een alleraardigst voertuig op het scherm met een gave passagiersruimte waarin geen mechanische komponenten werden verwerkt, en die enkel een joystick meekreeg om te sturen. Het Ramon-voorstel zette de ploeg van het ISD ertoe aan om aan het programma dat in Brussel zal worden gebruikt nog een vijftal geometrische vormen toe te voegen.

De Alias-software die het ISD bij zijn experiment gebruikt en meer dan 3 miljoen frank kost, is van Canadese origine en is in grote lijnen dezelfde als zeventig procent van de autokonstrukteurs in hun designstudio's gebruiken. In de praktijk levert het programma schitterende mogelijkheden op, kunnen deelnemers een wat scherpe hoek in een bolronde omtoveren, een motorkap verlengen of juist boller maken en zelfs ontwerpen voor wieldoppen en velgen maken. Het bedienen van zo'n programma is andere koek en daarom brengt Delvigne twee computergrafisten mee naar Brussel. Wie van het medium wil proeven, biedt zich tijdens het autosalon aan op de stand van First Position in paleis 3, vult een fiche in en moet dan maar hopen tot de tien geselekteerden van de dag te behoren.