WIM MEEUWIS – z.j.

Als individueel kunstenaar komt Ramon op ons toe en nodigt hij ons uit onze ogen te gebruiken en onze, zo mogelijk onbedorven zin voor de gevoelswaarde van een wenteling, een verschuiving, een verandering van richting, een opduikende primaire kleur tussen wit, grijs en zwart. In Ramons werk hebben de kleinste, de minimaalste ingrepen nog het levensbelang van de daardoor gewekte sensibiliteit. Een diagonaal meer of minder, een omkering, een verwijding of vernauwing, een gewijzigde vlak- of ruimtelijke verdeling, een ‘rokade’, een ‘ingrip’, een ‘insert’ (om zijn titels even te gebruiken) - ze krijgen de waarde, de dimensie van een aardverschuiving binnen de gegeven parameters. Dat het uiteindelijk niet om wiskunde gaat (toch noemde men hem ooit gevat een ‘wiskunstenaar’ en hij brengt ook graag hommages aan Pythagoras en Euclides), maar om de voorrang, het evenwicht van het opgeroepen gevoel (niet het uitgedrukte!), daartoe moeten we ons niet eens beroepen op het suprematisme van Malewitsj, want het behoort tot de grondslagen van deze ogenschijnlijk zo koele kunst.

Ramon - we wezen er al op - vroeg bezig met deze vormenwereld, al vóór G-58 in Antwerpen werd gesticht en toen Michel Seuphor zijn boek over abstracte kunst in Vlaanderen nog moest schrijven en ook de gelijknamige tentoonstelling nog moest worden georganiseerd. Ramon verstoort dus - samen met nog hoogst enkele anderen - de opvatting dat we in Vlaanderen tot de jaren ’60 moesten wachten om de draad van het internationale constructivisme - dat later de invloed van de Minimal Art zal ondergaan - weer te zien opnemen. Rekening houdend met de weerstand in Vlaanderen, zowel wat de media als de kunstpromotie en de aankooppolitiek van toen betrof, kan het een daad van moed worden genoemd om zo consequent de eigen idee erdoor te drukken en te realiseren.